kolff: historie: personen: 8: 5

 

familiewapen kolff

Gualtherus Johannes Kolff - Journalist en uitgever te Batavia (5/5)

Welkom: Nieuws Vereniging Leden De Colve Genealogie Historie Biografieën Contact Links Zoek English
  Over Historie Personen Geografisch Uit De Colve Onderzoek Familiewapen        
< Vorige
Historie: Personen: 8. Gualtherus Johannes Kolff 
Volgende >
Journalist en uitgever te Batavia: Gualtherus Johannes Kolff (CCB XVIs) (1826-1881)
Aan deze pagina's over Gualtherus J. Kolff wordt nog gewerkt; ze zijn nieuw, maar nog niet 'officieel' geïntroduceerd..

Uit: Olf Praamstra, ‘De omstreden bloei van de Indisch-Nederlandse letterkunde. Een afbakening van het corpus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 113 (1997), p. 257-274. Gevonden op: website: http://www.dbnl.org/tekst/praa007omst01_01/colofon.htm

De ontwikkeling van de boekhandel en uitgeverij in Nederlands-Indië kwam nog trager op gang dan die van de Indische letterkunde. Pas in 1839 werd de eerste particuliere boekhandel opgericht door de apotheker J.C. Cyfveer, die de verkoop van boeken opzette als bijzaak naast zijn apotheek. In 1841 werd er een drukkerij aan verbonden. Later verkocht hij zijn zaak aan de apotheker G.A. de Lange, de stichter van het handelshuis De Lange & Co. Na 1848 kwamen er vanuit Nederland steeds meer uitgevers, boekhandelaren en drukkers. Eén van de belangrijkste daaronder was G. Kolff, die in 1850 naar Batavia ging als bediende in de zaak van W.J. van Haren Noman. Na twee jaar werd hij deelgenoot in die firma en vijf jaar later was hij enig eigenaar van de zaak, die hij voortzette onder de naam G. Kolff & Co. Kolff was onvermoeibaar in het opzetten en overnemen van boekhandels en uitgeverijen. In 1852 hadden Kolff en Van Haren Noman samen met de boekhandelaar/uitgever H.M. van Dorp en de drukker W. Bruining de Java-Bode opgericht. In Soerakarta nam Kolff een drukkerij over samen met het daardoor uitgegeven Javaansch weekblad; in Soerabaja kocht hij de drukkerij/uitgeverij/boekhandel van E. Führi en werd daardoor eigenaar van het blad De Oostpost (het latere Soerabajaasch Handelsblad); en in Semarang ten slotte richtte hij De Locomotief op. Toen Kolff in 1868 repatrieerde en zijn zaken aan diverse ondernemers verkocht, had hij als geen ander een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de boekhandel en uitgeverij in Nederlands-Indië.50
Wel bleef de uitgeverij in Nederlands-Indië in de eerste plaats gericht op de uitgave van kranten en periodieken. Er werden wel eens boeken in Batavia, Soerabaia of Semarang uitgegeven, of uitgegeven in samenwerking met een Nederlandse uitgever, maar het zijn, zoals uit bovengenoemde cijfers blijkt, tot 1900 uitzonderingen. De verspreiding van de Indische letterkunde was grotendeels een zaak van Nederlandse uitgevers. De markt in Indië was te klein om deze boeken daar uit te geven,51 terwijl de Nederlandse boekhandel voor de Indische uitgevers te ver weg lag om die naar behoren te kunnen bedienen.
Na 1900, als de Europese bevolking in Indië steeds meer toeneemt, komt er enige verandering in deze situatie, maar het aandeel van de Nederlandse uitgever blijft groot. Tussen 1900 en 1949 werden er in Nederlands-Indië 160 titels uitgegeven. De grootste uitgevers zijn G. Kolff & Co. en Visser, beiden gevestigd te Batavia; zij geven na 1900 respectievelijk 41 en 29 titels uit, bijna de helft van het totaal. Opvallend is verder dat er veel kleine uitgevers zijn, die na enkele, soms zelfs na één uitgave al weer van het toneel verdwijnen. Na de onafhankelijkheid verschenen er nog maar 5 titels, de laatste in 1955. De Indische uitgeverij heeft dus niet alleen een trage ontwikkeling gekend, maar ook een kortstondig bestaan.
Na 1955 is de uitgave van Indische letterkunde een exclusieve Nederlandse aangelegenheid, al is het aandeel van de Nederlandse uitgevers altijd aanzienlijk geweest. Uitgevers die veel werk van Indië maken zijn Bruna: met 53 titels, nagenoeg allemaal werk van schrijvers die de literatuurgeschiedenis niet gehaald hebben; Querido, 42 titels, met een sterk accent op de periode na de Tweede Wereldoorlog, waaronder bijna alle naoorlogse coryfeeën: E. Breton de Nijs [ps. van R. Nieuwenhuys], Maria Dermoût, H.J. Friedericy, Willem Brandt, Beb Vuyk en Hella Haasse; en Veen, die tussen 1889 en 1953 een fonds opbouwt waarin gevestigde en vergeten schrijvers door elkaar staan.
Noten hierin:
50Vgl. F. de Haan, Oud Batavia, 2e herz. dr., Bandoeng 1935, p. 534-536. A.C. Kruseman, Bouwstoffen voor een geschiedenis van den Nederlandschen boekhandel, gedurende de halve eeuw 1830-1880, dl. II (Amsterdam 1887), p. 686-688 en 761-776.
51Vgl. B.P.M. Dongelmans, ‘De vreugden van de boekgeschiedenis’, in: De Negentiende Eeuw 20 (1996), p. 7-13; F. de Haan wijst in dat verband nog op de vele leesgezelschappen, waarin mensen voor gezamenlijke rekening boeken kochten die ze dan onder de leden lieten rouleren. Volgens hem bestonden er in 1859 ‘reeds zooveel leesgezelschappen, dat de boekenverkoop er onder leed.’ F. de Haan, Oud Batavia (n. 50), p. 536.
Noot: Aan Gualtherus Johannes heeft Nelleke Manneke in 'Kolff in zeven eeuwen' (Rotterdam, 2001) ook een apart hoofdstukje gewijd (pag. 80-81).