| De meeste leden van de familie Kolff
hebben in de handel, in het bedrijfsleven of in een vrij beroep
hun brood verdiend en zo is dat eigenlijk nog steeds. Weinigen
traden in dienst der overheid, als ambtenaar of militair. Natuurlijk
waren er uitzonderingen, van wie de meest spectaculaire wel
werd gevormd door de zes leden van de oudste, Betuwse tak, die
vanaf 1804 tot de opheffing van de gemeente Deil ongeveer 170
jaar later, met slechts een onderbreking van twaalf jaar, van
die gemeente eerst schout en dan burgemeester waren. Maar misschien
waren deze leden van de familie toch meer regent - in de goede
zin van dat woord - dan ambtenaar (zie: Biografieën:
Deil).
Zo kozen ook maar enkelen een militaire loopbaan. Een van
hen was Dirk Hendrik. Die keuze lag in zijn geval ook wel
voor de hand. Zijn vader, die dezelfde naam droeg, was als
marineofficier opgeklommen tot kapitein ter zee, terwijl zijn
grootvader van moederszijde zelfs vice-admiraal was. Sinds
1814 was hij dus bij de zeemacht en, omdat de vooruitzichten
op snelle bevordering bij de koloniale marine bij uitstek
gunstig leken, meldde hij zich, "op aanraden zijner voogden",
aan voor de dienst in Indië. Daar heeft hij spijt van
gehad. Zijn 22-jarige carrière bij de zeemacht in Nederlands-Indië
kenmerkte zich enerzijds door opvallende prestaties, anderzijds
door het uitblijven van de loopbaan waarop hij had gehoopt. |
Zijn
kwaliteiten trokken binnen enkele jaren de aandacht. Nelleke
Manneke vermeldde in haar boek al de krijgsverrichtingen voor
Sumatra in 1821, waarvoor hij de Militaire Willemsorde 4e klasse
(R.M.W.O.4,
dat is de hoogste klasse) kreeg. In 1824 kommandeerde hij al
als luitenant ter zee der eerste klasse "eene koloniale
oorlogsbrik van het eerste charter." Dit schip was de Doerga
waarmee hij in 1825 en 1826 in het Oosten van de Archipel een
tocht maakte die deels het karakter had van koloniale expansie
en deels dat van een ontdekkingsreis. Tijdens zijn verlof in
Nederland in 1828 en '29 publiceerde hij daarover zijn, later
ook in het Engels uitgegeven, Reize door den weinig bekenden
zuidelijken Molukschen archipel en langs de geheel onbekende
zuidwest kust van Nieuw-Guinea ... , waarvoor hij van de Koning
een gouden medaille met het opschrift 'ter belooning van goed
gedrag en verdienstelijke poging tot uitbreiding van nuttige
kennis' kreeg, terwijl de Minister van Koloniën en Marine
hem liet weten, dat hij, op last van de koning, hem "op
eene bijzondere wijze" zou aanbevelen bij het bestuur in
Indië. |
| Noot: Over vader en zoon is reeds
een en ander te vinden in Nelleke Manneke, Kolff in zeven eeuwen,
Rotterdam 2001, 41-46. Voor hun portretten zie aldaar en in
Nederland's Patriciaat 51e jrg 1965, Den Haag 1965, tussen pp.
88 en 89. Zie ook Nederland's Patriciaat 78e jrg 1994, 116-18 |