to: english
Folly was mijn eerste hond..., dit is een afscheidsbrief, maar wel met goede hoop
folly

Voor Folly


Ik had nooit gedacht dat je echt ooit dood zou gaan; dat onze wegen ooit uiteen zouden gaan. En toen dronk je opeens zoveel. We gingen naar de dokter; het onderzoek werd gestart. Op 8 maart werd het serieus. In het bos stond je twee keer lang stil. Ik dacht houd op, Folly, wat ben je weer eigenwijs. Maar toen je - eenmaal thuis - uit de auto kwam, na mijn aandringen omdat je maar bleef zitten, viel je om, tweemaal. Ik dacht toen alleen maar: mijn schat, ik ben er, voor jou, hoe dan ook. Toen begon de lijdensweg. Bij de dokter bleek je uitgeput te zijn; geen suiker meer in je bloed. Maar gelukkig had je geen pijn. Maar we wisten het allebei al: het zou niet lang meer gaan duren. Dat onderzoek in Utrecht, daarna: het verliep allemaal prima en je vond het er zelfs leuk. Tot de arts binnenliep en zei dat ze niet gelukkig was vanwege de resultaten van het onderzoek. De vrolijke bui, die je daar steeds maar had, veranderde onmiddellijk en je ging achter mijn stoel staan. Toen gingen we aftellen, lieve Folly. We hebben het een tijd nog best goed gehad. Maar we wisten het allebei en we waren langzaamaan aan het afscheid nemen. En toen kwam dat weekend begin juni. Oh, wat was je goed op vrijdag: het leek, met die wat meer maaltijden per dag, dat je het nog heel lang goed zou hebben. Op zaterdag ging het opeens toch slecht. Ik moest je het bos uitdragen naar de auto. We wisten allebei: dit zal toch niet zo lang doorgaan als we gehoopt hadden. Zondag werd je tien jaar oud en het was een goede dag voor je. Maar maandag was het zo ver: het ging eigenlijk niet meer. Je hebt die dag nog zo lief en zo lang, en schat wat hield ik dan van je, over het veld liggen kijken op Clingendael, vanaf jouw heuvel, onder de eik (zie de noot). Maar ook toen moest ik je - gedeeltelijk - naar de auto dragen. En 's nachts, nadat je al tweemaal binnen een paar uur uitgeput was, gingen we wandelen op het plein en daarna stond je lang voor de deur, buiten, de straat in te kijken, alsof je alles nog eenmaal goed in je wilde opnemen. De volgende dag hebben we afscheid moeten nemen. Toen was het 8 juni en het begon allemaal op 8 maart. We hadden drie maanden voor het afscheid.

Je weet dat ik nog steeds intens verdrietig ben. Toch is er nu een nieuwe vriendin gekomen. Het zou jouw vriendin kunnen zijn. Lotte is een Duitse Herder, je hield altijd van herders, zoals Floris en Sanne. Lotte komt uit het asiel, waar je ook nog vaak bent geweest naar de vergaderingen die ik daar had. En Lotte is zo dankbaar dat ze hier mag zijn. Ik heb, nadat je wegging, nog veel met jouw kind Sanne gelopen en dat zal nog wel doorgaan. Maar ik had sterk de behoefte aan een eigen hond om mij heen. Dat komt door jou, lieverd. Jij hebt mij de tien beste jaren van mijn leven gegeven. Jouw aanwezigheid, jouw vriendschap, jouw ongelofelijke loyaliteit, jouw grappige aansturen (!) van mij, alles wat jij deed en alles wat jij was, mijn lieve Folly, maakte dat ik het wel moest doen: een nieuwe hond zoeken. Niet als vervanging van jou, Dolly, maar omdat ik dankzij jou heb ontdekt hoeveel dieper een mensenleven wordt als je dat met een hond mag delen. En daarom is Lotte gekomen. En ze doet het goed hoor, alsof ze al jouw ideeën kent en al jouw manieren van omgaan met andere mensen, honden en katten weet. Ze gaat goed om met Ed en Nub. Ze is een prachtmeid waar jij zeker ook trots op zou zijn geweest. Ik weet zeker dat Lotte een goede vriendin wordt. Folly, dankzij jou heb ik haar. En weet, mijn lieve schat, Folly, dat ik jou nooit zal vergeten, nooit!

Je beste vriend, je maatje,
Marius

Den Haag, juli 2004

 
Noot: Folly's as heb ik op 8 juni 2005 uitgestrooid op diezelfde heuvel, op bijna dezelfde tijd dat ze stierf het jaar ervoor. Het blikje waarin haar as een jaar was bewaard heb ik elders in Clingendael begraven; gek genoeg is die plek nu belangrijker voor mij dan de plek waar haar as werd uitgestrooid.